Geschiedenis van Doezum en “de Eest”

De oorspronkelijke naam zal Dodesheim zijn geweest. De naam is dus van de Friese mansnaam Dode afgeleid. Westendorp haalt een akte aan uit 1436, opgenomen in het Charterboek van Friesland, waarin de plaats Uterdosum wordt genoemd. Volgens dit stuk vermaakt een provenier uit Gerkesklooster aan de Kerk van de H. Veit te Uterdosum acht klinckersche schilden voor de behoudenis en gedachtenis van zijn ouders, die daar dus begraven zullen zijn. Met Uterdosum was men toen wel ongeveer op 't eind van de bewoonde wereld. Doezum heeft een merkwaardige verkaveling. Het oostelijk blok heeft de vorm van een balk, die zich uitstrekt van de Leidijk in het zuiden tot aan het Trekdiep in het noorden. Als we de Eesterweg van zijn noordpunt af recht naar het zuiden doortrekken, hebben we de westelijke grens van dit blok. Ten westen ervan heeft men zich bij de verkaveling op de Lauwers gericht, zodat de kavels zuidwaarts uitwiggen tegen het zojuist genoemde blok. Zou misschien het oostelijk blok ouder zijn en Dosum genoemd zijn, zodat het westelijke deel, waar nu de kerk staat als Uterdosum betiteld werd? De noordelijke uitloper langs de Eesterweg bestaat uit drie stukken: de Uithorn, de Ees(t) en de vroegere Dorpshoft, nu het Dorp genoemd. De benamingen zijn al zeer oud. Dorp is een verbastering van terp. Het lag vroeger onmiddellijk aan de zee. Gerkesklooster is gesticht op Wiagerathorpe, ook al een terp. Dat men vroeger sprak van Dorpshoft zou er op kunnen wijzen, dat het een stichting van Gerkesklooster is. Omstreeks 1525 erfde Yelte Louwema van zijn broer zaliger, Gharke Louwema, de drie Louwema of Lomaheerden tho dorpe, samen groot ca. 200 gras en bovendien nog 100 gras te Oldekerk. De rijke Yelte wilde zijn zuster Ebele met een fooi afschepen, maar de rechters Sybolt Bijma van Faan en Sycko Ottema hielpen haar aan een evenredige portie.

De Peebos (= bos van Pebe) is heel lang een wilde en ruige streek gebleven. Op de Zanden had later Polman van de Ees een ontginningsboerderij. Met een flinke trap zuidwaarts komt men in Kornhorn, dat altijd tot Doezum werd gerekend. Vroeger heette het Curringehorne en de Peebos noemde men Curringerzand. Kornhorn is dus niet naar de korhoenders genoemd, zoals wel eens is verteld, maar naar een pionier, die Curringe heette. De Oude Zijlroe, een tochtsloot, dateert al uit de eerste tijd, dat men iets aan ontwatering deed. Door de dichtslibbing van de Lauwers moest men een tocht of roede naar de zijl (sluis) graven. Deze Zijl-roe begint in de Opender Meeden, liep langs de zuidkant van de Peebos, langs de Ees en het Dorp, om juist beneden de Schalkendam weer de open Lauwers te bereiken. De Schalkendam werd door monniken van Gerkesklooster in de Lauwers gelegd ongeveer bij de tegenwoordige spoorlijnkruising van de Gronings-Friese grens.

Lees verder